Er zijn wijngebieden die je meteen herkent en er zijn wijngebieden die je eerst moet leren kennen. Trás-os-Montes behoort zonder twijfel tot die laatste categorie.
In het uiterste noordoosten van Portugal, tegen de Spaanse grens, ligt een van de meest afgelegen en ruige wijngebieden van het land. Een landschap van diepe valleien, hoge plateaus, olijfgaarden, amandelbomen en kleine dorpen. De naam zegt eigenlijk al genoeg: Trás-os-Montes betekent letterlijk achter de bergen.
Extremen maken karakter
Het klimaat is uitgesproken continentaal. De zomers zijn heet en droog, de winters koud. In de hoger gelegen delen kan het stevig vriezen. Overdag komen de temperaturen in de zomer gemakkelijk boven de 35 graden, terwijl de nachten door de hoogte sterk afkoelen.
- langzame aromaontwikkeling
- behoud van zuren
- veel rijpheid en concentratie
Hoogte brengt frisheid
Hoewel de regio bekendstaat om zijn warme klimaat, liggen veel wijngaarden verrassend hoog. Vooral op de plateaus en hellingen rond Valpaços en het Planalto Mirandês. De hoogte zorgt voor koelere nachten en een langer groeiseizoen.
Waar je op basis van het klimaat stevige, logge wijnen zou verwachten, maken goede producenten juist verrassend energieke en elegante wijnen.

Arme bodems: weinig opbrengst, veel karakter
We vinden hier vooral graniet, schist, leisteen en arme, stenige bodems. In delen van de regio komen ook zandige bodems voor. De arme bodems dwingen de wijnstok diep te wortelen. De opbrengsten blijven laag en de druiven bereiken een hoge concentratie. Trás-os-Montes heeft niet één duidelijk bodemtype zoals de Douro met zijn schist. Juist het mozaïek maakt de regio interessant.
- graniet: frisheid en spanning
- schist en leisteen: structuur en mineraliteit
- zand en steen: lage opbrengsten
Oude wijngaarden als levende geschiedenis
Op verschillende plekken vinden we stokken die tientallen jaren oud zijn, soms zelfs veel ouder. De opbrengsten zijn laag, maar de druiven hebben vaak een enorme concentratie en aromatische complexiteit. Veel van deze wijngaarden zijn klein en versnipperd en liggen tussen olijfbomen en amandelbomen.
Voor grote commerciële wijnbedrijven zijn dergelijke percelen lastig en duur om te onderhouden. Juist dat maakt ze voor jonge wijnmakers een schat. Je ziet daarom vandaag de dag dat jonge wijnboeren ook een project hebben in dit gebied.