Een wijnregio midden in de Atlantische Oceaan. De Azoren bestaan uit negen eilanden en liggen ongeveer 1.600 kilometer van de Portugese kust. Dat maakt de wijnbouw hier behoorlijk anders dan op het vasteland.
De eilanden zijn vulkanisch, het klimaat is vochtig en gematigd en de wijngaarden krijgen voortdurend te maken met wind en zoute zeelucht. Toch wordt hier al sinds de zestiende eeuw wijn gemaakt. Vooral het eiland Pico heeft een wijnlandschap dat vrijwel nergens anders ter wereld voorkomt.
Midden in de Atlantische Oceaan
De temperaturen zijn het hele jaar door relatief gematigd. Regen, wind en een hoge luchtvochtigheid horen bij het dagelijks leven op de eilanden. Voor wijnbouw is dat niet altijd gemakkelijk. De stokken moeten niet alleen rijp worden, ze moeten ook beschermd worden tegen de krachtige Atlantische wind en de zoute zeelucht.
De eilanden zijn van vulkanische oorsprong. De bodems bestaan voornamelijk uit relatief jonge vulkanische gesteenten zoals basalt. In veel wijngaarden is de bodem dun en liggen de wijnstokken letterlijk tussen de zwarte lavastenen.
- vochtig en gematigd Atlantisch klimaat
- veel wind en zoute zeelucht
- jonge vulkanische bodems
- grote verschillen tussen de eilanden
De currais van Pico
Wie aan wijn op de Azoren denkt, komt al snel uit bij de currais. Dit zijn kleine wijngaarden die volledig worden omringd door lage muren van los gestapelde zwarte basaltstenen. Die muren zijn geen decoratie. Ze beschermen de wijnstokken tegen de harde Atlantische wind en de zoute zeelucht.
De wijnstokken worden geplant in kleine gaten en spleten tussen de lavastenen. De muren houden bovendien warmte vast die overdag door de zon in het basalt wordt opgeslagen. Op Pico is dit landschap zo bijzonder dat een groot deel van het historische wijngaardgebied sinds 2004 op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat.

Een wijnbouw van veel werk
Wijnbouw op de Azoren is arbeidsintensief. De wijnstokken groeien in kleine percelen tussen de stenen en veel werkzaamheden moeten handmatig gebeuren. De muren zelf vragen bovendien voortdurend onderhoud. Een storm kan stenen verplaatsen en gaten in de bescherming veroorzaken.
Arinto dos Açores en Verdelho
Arinto dos Açores is een van de belangrijkste witte druiven van de eilanden. De Azoren zijn warm genoeg om de druiven te laten rijpen, terwijl de Atlantische omstandigheden voor een hoge zuurgraad zorgen. Daardoor kunnen de wijnen strak en levendig zijn, met een duidelijk zilt en mineraal karakter.
Verdelho werd al vroeg aangeplant en groeide uit tot een belangrijke exportdruif. In de negentiende eeuw kreeg de wijnbouw zware klappen door ziekten en werden veel wijngaarden verlaten of opnieuw aangeplant met hybriden. Pas vanaf de jaren tachtig en negentig kwam er opnieuw aandacht voor Verdelho en andere traditionele rassen.
Terrantez do Pico
Terrantez do Pico is een van de meest bijzondere druivenrassen van de Azoren. De druif is sterk verbonden met het eiland Pico en komt tegenwoordig nog maar op kleine schaal voor. Dat heeft te maken met de moeilijke omstandigheden en met de terugval van de wijnbouw in de negentiende en twintigste eeuw.
De druif kan frisse, aromatische wijnen opleveren met veel zuren en een licht zilt karakter. Ze wordt tegenwoordig vooral gebruikt in droge witte wijnen en in kleine hoeveelheden toegevoegd aan blends.
Vinho de cheiro
Op de Azoren bestaat een wijnstijl die je op het vasteland nauwelijks tegenkomt: vinho de cheiro, letterlijk geurige wijn. Deze wijn wordt gemaakt van hybride druivenrassen en heeft vooral een lokale traditie. Hij wordt nog steeds door inwoners van de eilanden gedronken en heeft een nostalgische betekenis voor voormalige bewoners in Noord-Amerika.
Het is niet de wijn waar de moderne kwaliteitsbeweging van de Azoren om draait. Wel hoort hij bij de geschiedenis en cultuur van de eilanden.